De vraag die ik vaak krijg is: wat is een goede bodemprijs? Het korte antwoord: er bestaat niet één goede bodemprijs. Een bodemprijs is voor iedereen anders.
Met een bodemprijs bedoel ik de laagste prijs waarvoor je een product ooit hebt gekocht en waarbij je besluit om meteen voorraad in te slaan, omdat je verwacht dat het voorlopig niet goedkoper wordt. Het is dus de prijs waarvan je weet: goedkoper ga ik het waarschijnlijk niet snel meer vinden.
Toch ontstaat daar vaak verwarring over, omdat mensen een goede aanbieding en een echte bodemprijs door elkaar halen. En dat snap ik eigenlijk wel, want wat is het verschil nu eigenlijk en hoe gebruik je de bodemprijs? Ik zal het in dit artikel aan je uitleggen.
Goede aanbieding versus bodemprijs
Een goede aanbieding is niet automatisch een bodemprijs. Stel dat Coca-Cola in de aanbieding is voor €1,25 per liter. Dat kan een prima prijs zijn om te kopen.
Maar als je weet dat dezelfde cola soms voor €1 per liter te koop is, dan is €1,25 geen bodemprijs maar gewoon een goede aanbieding.
Een bodemprijs is dus niet de prijs waarbij je koopt, maar de prijs waarbij je zoveel mogelijk inslaat omdat je weet dat het goedkoper bijna nooit wordt.
Waar komt de term bodemprijs vandaan?
Toen ik begon met besparen, haalde ik veel inspiratie uit Amerikaanse extreme couponers. Zij spreken over een stock-up price, een prijs waarbij je voorraad inslaat.
Omdat veel mensen Engelse termen vervelend vinden, introduceerde ik de term bodemprijs. De prijs waarbij je toeslaat en je voorraad aanvult. Ik heb het woord ‘bodemprijs’ natuurlijk niet zelf bedacht, maar dat de term inmiddels door zoveel collega’s wordt gebruikt voor boodschappen die je moet inslaan, blijft leuk om te zien.
In het begin lag mijn bodemprijs vaak hoger, simpelweg omdat ik nog niet wist hoe goedkoop producten soms konden worden. Naarmate ik langer aanbiedingen volgde en mijn voorraad groeide, werd mijn bodemprijs steeds lager. Uiteindelijk werd het simpelweg de laagste prijs die ik ooit had betaald.
En zo gaat het voor jou waarschijnlijk ook. Je begint met een prijs en probeert steeds iets minder te betalen, tot je merkt dat het eigenlijk niet lager meer wordt. Maar eerlijk? Na tien jaar bodemprijzen jagen word ik soms nog steeds verrast dat het nóg goedkoper kan.
Bodemprijzen zijn persoonlijk
Wat voor mij een bodemprijs is, hoeft dat voor jou niet te zijn. De laagste prijs van een product hangt namelijk niet alleen af van het product zelf, maar ook van het merk of de variant die je koopt.
Drink je alleen A-merk frisdrank, dan kan €1 per liter een bodemprijs zijn. Koop je meestal huismerk, dan betaal je misschien €0,45 per liter en ligt jouw bodemprijs dus veel lager. Tandpasta is een ander goed voorbeeld. Je kunt huismerk gebruiken of A-merken, en zelfs binnen A-merken zit veel prijsverschil. De goedkoopste tubes kosten normaal misschien €2, terwijl andere varianten richting €10 gaan. Als jij een goede reden hebt om die duurdere te gebruiken, ligt jouw bodemprijs automatisch hoger. Maar ook dan wil je natuurlijk nooit meer de normale prijs betalen.
Daarom is het slim om je eigen bodemprijzen bij te houden, zodat je weet wanneer een aanbieding écht goedkoop is en wanneer je beter nog even kunt wachten. Gebruik mijn prijzen gerust als richtlijn, maar ontdek vooral wat voor jouw boodschappen echt goedkoop is.
Hoe bepaal je je eigen bodemprijs?
Je eigen bodemprijs ontdek je door prijzen bij te houden en aanbiedingen met elkaar te vergelijken. Zie je een product goedkoper dan ooit tevoren, dan kan dat je nieuwe bodemprijs worden.
Koop op dat moment genoeg voorraad zodat je voorlopig niet opnieuw de volle prijs hoeft te betalen. Na verloop van tijd merk je vanzelf welke prijzen regelmatig terugkomen en wat voor jou écht goedkoop is. Zo wordt je bodemprijs steeds scherper.
Wat doe je tot die bodemprijs terugkomt?
Goede deals komen regelmatig terug, maar echte bodemprijzen zijn vaak zeldzamer. Als je begint met besparen, zul je bijna wekelijks nieuwe lage prijzen tegenkomen, daarom is het niet nodig om meteen een jaarvoorraad in te slaan. Een jaarvoorraad is wel waar je uiteindelijk naartoe kunt werken, als een product tenminste zo lang houdbaar is.
Een goed voorbeeld zijn tandenborstels. Die zijn regelmatig gratis of bijna gratis te krijgen via acties. Daardoor koop ik ze zelf bijna nooit meer. Maar als je net begint, kan €0,75 per stuk een prima eerste bodemprijs zijn. Koop dan genoeg om een paar maanden vooruit te kunnen.
Zo voorkom je dat je later alsnog de volle prijs moet betalen.
Hoeveel voorraad is verstandig?
Een fout die ik zelf maakte, was doorslaan in voorraad opbouwen. Alles wat onder mijn bodemprijs kwam, ging mee naar huis. Daardoor had ik op een gegeven moment enorme voorraden handzeep en toiletpapier.
Uiteindelijk kwam dat goed uit en kon ik nog lang gebruikmaken van goedkope voorraden toen de prijzen tijdens en na de pandemie flink stegen. Maar over het algemeen is een voorraad van meerdere jaren niet nodig.
Een betere aanpak is beginnen met ongeveer drie maanden voorraad. Heb je eenmaal een jaarvoorraad van een product, dan kun je rustig wachten tot de volgende echte bodemprijs zich weer aandient.
Let bij producten met een houdbaarheidsdatum altijd op dat je niet meer koopt dan je kunt gebruiken voordat het product echt niet meer goed is. Veel producten, zoals conserven en droge pasta, zijn vaak nog lang prima te gebruiken na de houdbaarheidsdatum zolang verpakking en product nog goed zijn.

